Hoe je gezond blijft | Preventieresourcecentrum

SECTIE I: OBSERVATIES

Verscheidene observaties kwamen herhaaldelijk snel en prominent naar voren:

 1. Scientology is zeer belangrijk geworden in de levens van hen die werden geïnterviewd. Het neemt een zeer centrale, en blijkbaar zeer constructieve plaats in bij de manier waarop zij nu hun ideeën, hun werk en hun levensplannen organiseren. Velen hebben zich fulltime aangesloten bij Scientology (als staflid = “geestelijke”?), terwijl degenen die dat niet deden hun vakanties of verlengd verlof van hun reguliere banen wijdden aan het volgen van verdere Scientology training en counseling. Sommigen waren met andere scientologen een niet religieuze, zakelijke onderneming begonnen (één muzikant speelde in een band waarvan alle leden scientologen waren geworden!).

 2. Scientology betekende voor sommigen een “uitweg” voor drugsverslaving, alcoholisme, frustraties, doelloosheid, depressie of het gevoel van nutteloosheid – geen makkelijke opgave. (Eén jongeman beschreef zichzelf als voormalig “druggie”, die alleen door middel van criminaliteit zijn zware verslaving kon onderhouden, maar zijn criminele leven achter zich liet, een baan vond om te betalen voor zijn Scientology cursussen en volledig stopte met het gebruik van drugs. Verscheidene anderen vertelden dat zij gestopt waren met drugs nadat hun was verteld dat ze niet verder konden gaan in Scientology zolang ze drugs gebruikten.)

 3. Een essentieel element in het effect dat Scientology op hen had was de overtuiging dat zij “spirituele wezens” waren, die oneindig voortbestaan onafhankelijk van lichaam en verstand, en dat ze als gevolg daarvan geen angst hoeven te hebben voor de dood, wat eenvoudig het achterlaten van het huidige lichaam betekent, wat in de loop der tijd vervangen wordt door een ander lichaam.

 4. Hun houding ten aanzien van Scientology was vrij praktisch: het “werkte” voor hen door hun vermogen te verbeteren om dagelijkse problemen beter aan te pakken wat betreft persoonlijke relaties, communicatie, zelfbewustzijn, en dergelijke. Zelfs de meer “spirituele” aspecten (hun bewoording) werden pragmatisch bekeken: “Als het niet werkt voor jou, laat het dan maar zitten”. Alleen die leringen werden als waar beschouwd die waar bleken te zijn volgens de eigen ervaring van de persoon zelf, and sommigen hadden (nog?) niet dat niveau van “spirituele” ontdekking bereikt. (Eén jongeman vertelde dat hij “iets had gehoord” over reïncarnatie, maar hij vond dat niet echt bruikbaar of belangrijk voor zichzelf.)

 5. Het proces genaamd “auditing” (counseling waarbij iemand in elke hand een geleider vasthoudt die gekoppeld zit aan een ”E-meter” (Wheatstone bridge) die de veranderingen meet in galvanische huidgeleiding waarvan wordt verondersteld dat deze verband houdt met het onderwerp van de counseling) nam een zeer essentiële plaats in binnen hun ervaringen in Scientology, en verscheidenen beschreven het als een vorm van “biechten”. Ze waren van mening dat het zeer therapeutisch was en dat het onmogelijk was om de E-meter te misleiden, waardoor auditing veel beter was dan andere vormen van counseling.

 6. Verwijzingen naar “ethiek” kwamen regelmatig naar voren tijdens de interviews, maar gewoonlijk zonder een echt eenduidige of conventionele inhoud.

 7. Verwijzingen naar conventionele “religieuze” aspecten van Scientology – de kapel, inwijding, kleding van geestelijken, het kruissymbool, enz. leken duidelijk perifeer. (“O ja, nu je het zegt, we hebben ook zondagsdiensten.”)

 8. Verwijzingen naar de grondleggerL. Ron Hubbard waren frequent en complimenteus, je zou bijna kunnen zeggen “devoot”: zijn foto’s hangen overal; hij is de auteur van het grootste deel van de enorme collectie materialen die scientologen bestuderen; in elke Scientology organisatie staat een onbemand maar goed ingericht kantoor tot zijn beschikking, waar zijn met gouden vlecht omringde Commandeurspet op het bureau ligt.

 9. Uitlatingen over voorgaande religieuze interesses van de ondervraagden en over andere religies waren gewoonlijk respectvol en er werd herhaaldelijk naar voren gebracht dat Scientology verenigbaar is met andere religies; het “past gewoonweg toe” wat in andere religies beschouwd wordt als slechts theorie. Sommige ondervraagden vertelden dat zij nog steeds Luthers of Methodist waren, maar blijkbaar niet langer actief. De meesten spraken liever over zichzelf als “scientologen” in plaats van als aanhanger van een (andere?) religie.

 10. Velen gaven aan dat ze ontevreden waren over de voorgaande religies omdat hun vragen niet naar tevredenheid werden beantwoord. Er werd hen vaak verteld wat ze moesten geloven maar ze hadden niet direct zelf de antwoorden op hun vragen ervaren en bleven dus “op zoek” totdat ze bij Scientology terechtkwamen, waar ze geen antwoorden kregen aangedragen en hen niet werd verteld wat te geloven, maar ze de kans kregen om zelf antwoorden te ontdekken aan de hand van hun eigen ervaringen, wat blijkbaar hun behoefte bevredigde. Ze verwezen herhaaldelijk naar de “Achtste Drijfveer”, minder vaak naar “God” of een “Opperwezen” waarvan wordt gezegd dat je ermee verbonden wordt middels de “Achtste Drijfveer”, maar ze maakten wel duidelijk dat Scientology geen definitie geeft van God noch een specifieke inhoud aan de “Achtste Drijfveer”, maar dat overlaat aan de persoon zelf om te ontdekken.

 11. Sommigen vertelden dat ze huwelijken hadden ingezegend van andere scientologen of dat ze hun eigen huwelijk hadden laten inzegenen door een Scientology “geestelijke”.

II. Gerechtelijke bevindingen
DOWNLOAD HET WITBOEK