Hoe je gezond blijft | Preventieresourcecentrum

Verklarende Woordenlijst voor
Mensenrechten Instellingen, Artikelen en Instrumenten met betrekking tot Vrijheid van Religie

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

De Universele Verklaring vertegenwoordigt een mijlpaal in de geschiedenis van de mensenrechten. Zij is opgesteld door vertegenwoordigers uit landen uit alle windstreken. De Universele Verklaring werd openlijk verkondigd door de Vergadering van de Verenigde Naties in Parijs op 10 december 1948 (Algemene Vergadering Resolutie 217 A (III)). [44]

Artikel 18, Universele Verklaring

In artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat:

Eenieder heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en religie; dit recht omvat tevens de vrijheid om van religie of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid om, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn privéleven, zijn religie of overtuiging te belijden in onderwijs, beoefening, verering en naleving.

Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BuPo)

Het IVBPR is een multilateraal verdrag aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 16 December 1966 dat van kracht is sinds 23 maart 1976. Het IVBPR verplicht Staten om de politieke en burgerlijke rechten van individuen te beschermen, met inbegrip van de rechten van de vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van associatie. Vanaf 2013, hebben 167 landen zich verplicht het IVBPR hoog te houden. [45]

Artikel 18 IVBPR

Artikel 18 van het IVBPR stelt:

  1. Eenieder heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en religie. Dit recht zal tevens de vrijheid inhouden om een religie of overtuiging van zijn keuze te hebben, en vrijheid, zowel individueel als samen met anderen in het openbaar of privé, en zijn religie of overtuiging te uiten via erediensten, naleving, praktijk en onderricht.
  2. Niemand zal onderworpen zijn aan dwang die afbreuk doet aan zijn vrijheid om een religie of overtuiging van zijn keuze te hebben.
  3. Vrijheid om zijn religie of overtuiging te uiten kan alleen onderworpen worden aan die beperkingen, zoals die worden voorgeschreven door de wet en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de veiligheid, orde, gezondheid, de goede zeden of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.
  4. De Lidstaten van deze Conventie verbinden zich om respect te hebben voor de vrijheid van ouders en, indien van toepassing, voogden om ervoor te zorgen dat de religieuze en morele opvoeding van hun kinderen in overeenstemming is met hun eigen overtuigingen.

Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (EcSoCu)

De EcSoCu is een multilateraal verdrag aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 16 December 1966 dat van kracht is sinds 3 januari 1976. De EcSoCu verplicht Staten economische, sociale en culturele rechten van individuen, met inbegrip van de rechten van werknemers, het recht op gezondheid, het recht op onderwijs, en het recht op een adequate levensstandaard te beschermen. Tot aan 2013, hadden 160 landen zich verplicht de EcSoCu in eren te houden. [46]

International Bill of Human Rights

De International Bill of Human Rights bestaat uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. De International Bill of Human Rights bevat een uitgebreide bescherming van mensenrechten voor iedereen. Hij werd toegejuicht als “een heuse Magna Carta van het bereiken van de mensheid van een essentiële fase: de bewuste verwerving van menselijke waardigheid en waarde. [47]

Verklaring van de VN inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Intolerantie en Discriminatie op Basis van Religie of Overtuiging

Deze Verklaring werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 25 november 1981. Deze Verklaring is één van de belangrijkste internationale documenten die de vrijheid van religie beschermen. Deze Verklaring verwoordt sterke stellingname van de VN tegen religieuze discriminatie en religieuze intolerantie. Hier wordt in detail ingegaan op de verreikende rechten op het gebied van religieuze vrijheid.

Artikel 2 en 3 van de Verklaring van 1981 herbevestigen de antidiscriminatie normen van het IVBPR. Punt 1 van Artikel 2 stelt: “Niemand zal onderworpen zijn aan discriminatie door elke staat, instelling, groep personen of een persoon op het terrein van religie of andere overtuigingen”.

Artikel 1 en 6 verschaffen een uitgebreide lijst van rechten op vrijheid van gedachte, geweten en religie. Deze omvatten het recht op (1) “erediensten houden of samenkomen in verband met een religie of overtuiging, en om plaatsen voor deze doeleinden te verwezenlijken en te onderhouden”; (2) “vestigen en onderhouden van passende charitatieve of humanitaire instellingen”; (3) “het in adequate hoeveelheden maken, verwerven en gebruiken van de benodigde artikelen en materialen die verband houden met de riten of gewoonten van een religie of overtuiging”; (4) “het schrijven, uitgeven en verspreiden van relevante publicaties in deze gebieden”; (5) “het onderwijzen van een religie of overtuiging in plaatsen die geschikt zijn voor deze doeleinden”; (6) “het werven en ontvangen van vrijwillige financiële en andere bijdragen van individuele personen en instellingen”; (7) “het in acht nemen van rustdagen en vakanties en ceremoniën te vieren in overeenstemming met de leefregels van iemands religie of overtuiging”; en (8) “communiceren met andere mensen en gemeenschappen over zaken van religie en overtuiging op nationaal en internationaal niveau”. [48]

De Verenigde Naties: Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK)

Het VRK is een verdrag aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 en is van kracht sinds 2 september 1990. Het VRK geeft een overzicht van de religieuze, burgerlijke, politieke, economische, sociale, gezondheid en culturele rechten van kinderen. Het VRK definieert kind als elk menselijk wezen onder de 18-jarige leeftijd, tenzij de leeftijd voor volwassenheid eerder wordt bereikt onder de eigen binnenlandse wetgeving. [49]

Artikel 14, VRK

Artikel 14 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) stelt:

  1. De Lidstaten zullen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en religie respecteren.
  2. De Lidstaten zullen de rechten en plichten van de ouders en, indien van toepassing, voogden, respecteren om richting aan het kind te geven in de uitoefening van zijn of haar rechten in overeenstemming met de ontwikkeling van de capaciteiten van het kind.
  3. Vrijheid om zijn religie of overtuiging te uiten kan alleen onderworpen worden aan die beperkingen, zoals die worden voorgeschreven door de wet en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de veiligheid, orde, gezondheid, de goede zeden of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen. [50]

Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties

Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (“Mensenrechtencomité”) is een lichaam dat is samengesteld uit 18 onafhankelijke deskundigen die zijn belast met de controle van de naleving van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, met inbegrip van het recht op vrijheid van religie beschermd door artikel 18 van het IVBPR. De lidstaten zijn verplicht om het Mensenrechtencomité regelmatig te voorzien van rapporten die aantonen dat ze voldoen aan het beschermen van de rechten die geformuleerd staan in het IVBPR.

Als deel van haar taken geeft het Mensenrechtencomité definitieve interpretaties van deze rechten uit die geformuleerd worden in het IVBPR om Staten te begeleiden ten aanzien van hun verplichting om deze rechten te beschermen. Deze definitieve interpretaties van rechten staan bekend als Algemene Opmerkingen.De Algemene Opmerking over het recht op Vrijheid van Religie, uitgegeven in 1993, wordt aangeduid als Algemene Opmerking 22. Algemene Opmerking 22 bestaat uit 11 uitgebreide alinea’s die de draagwijdte en diepe betekenis van het recht op religieuze vrijheid onder woorden brengen. Paragraaf 2 van Algemene Opmerking 22 stelt:

Artikel 18 beschermt theïstische, niet-theïstische en atheïstische overtuigingen, alsook het recht om geen religie of overtuiging te belijden. De termen “overtuiging” en “religie” moeten in brede zin worden opgevat. Artikel 18 is niet beperkt tot de traditionele religies, of tot religies en overtuigingen met institutionele kenmerken of praktijken die analoog zijn aan die van traditionele religies. Het Comité maakt zich dan ook bezorgd over iedere neiging om te discrimineren tegen welke religie of overtuiging om welke reden dan ook, met inbegrip van het feit dat ze net zijn opgericht, of een religieuze minderheid vormen die het mikpunt van vijandigheden zou kunnen zijn vanuit een heersende religieuze gemeenschap. [51]

VN Mensenrechtenraad

De VN Mensenrechtenraad is een intergouvernementeel lichaam binnen de Verenigde Naties belast met het bevorderen en beschermen van mensenrechten over de hele wereld, dat zich richt op schendingen van de mensenrechten, waaronder schendingen van het recht op religieuze vrijheid, in het bijzonder door Staten, en aanbevelingen doet en de resoluties opstelt om mensenrechten te verdedigen en te beschermen. Zij vergadert in het kantoor van de VN in Genève. De Raad is samengesteld uit 47 VN lidstaten die gekozen worden door de Algemene Vergadering van de VN.

De Speciale VN-Rapporteur voor Vrijheid van Religie of Overtuiging

De Speciale Rapporteur voor Vrijheid van Religie of Overtuiging is een onafhankelijke deskundige aangesteld door de VN-Mensenrechtenraad om bestaande en nieuwe obstakels tot het genieten van het recht op vrijheid van religie of overtuiging te identificeren en om aanbevelingen te presenteren voor verschillende manieren om die obstakels te overwinnen .

De Rapporteur publiceert een jaarverslag over religieuze vrijheid en publiceert ook rapporten over landen die de Rapporteur officieel heeft bezocht. Naar aanleiding van rapport E/CN.4/2005/61, bezoekt de Speciale Rapporteur landen om een diepgaand begrip te krijgen van specifieke culturele omstandigheden en praktijken en om constructieve feedback aan het land te verstrekken en te rapporteren naar de Raad of de Algemene Vergadering. [52]

De Europese Conventie over Mensenrechten (EVRM)

De EVRM is een internationaal verdrag dat werd getekend en bekrachtigd door de 47 staten in de Raad van Europa om mensenrechten en de fundamentele vrijheden te beschermen in Europa, waaronder het recht op religieuze vrijheid, beschermd door Artikel 9, en het recht om vrij te zijn van religieuze discriminatie, beschermd door Artikel 14. De Conventie werd opgesteld in 1950 en is in werking getreden op 3 september 1953. De Conventie stelde het Europees Hof voor Mensenrechten in.

Artikel 9, EVRM

Artikel 9 van het EVRM bevat de belangrijkste inhoudelijke bepaling van de Conventie over vrijheid van religie of overtuiging, en sluit nauw aan bij het taalgebruik van de uitspraak over religieuze vrijheid van de Universele Verklaring en werd kort na de Universele Verklaring opgesteld. Het sluit ook nauw aan bij het taalgebruik voor religieuze vrijheid van Artikel 18 van het IVBPR:

  1. Eenieder heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en religie; dit recht omvat tevens de vrijheid om van religie of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid om, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn privéleven, zijn religie of overtuiging te belijden in onderwijs, beoefening, verering en naleving.
  2. Vrijheid om een religie of overtuiging tot uiting te brengen zullen alleen onderworpen worden aan die beperkingen, zoals worden voorgeschreven door de wet en noodzakelijk zijn voor de bescherming van de veiligheid, orde, gezondheid, de goede zeden of de fundamentele rechten en vrijheden van anderen. [53]

Artikel 14, EVRM

Artikel 14 EVRM stelt:

Het genieten van alle rechten en vrijheden in deze Verklaring opgesomd, zullen worden gewaarborgd zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, associatie met een nationale minderheid, eigendom, geboorte of andere status. [54]

Protocol nr. 1, Artikel 2, EVRM

Protocol nr. 1, Artikel 2, van het EVRM stelt:

Recht op Onderwijs

Niemand zal het recht op onderwijs worden ontzegd. In de uitoefening van de functies die de Staat op zich neemt in relatie tot onderwijs en scholing, zal zij het recht van ouders respecteren om zorg te dragen voor onderwijs en scholing in overeenstemming met hun eigen religieuze en filosofische overtuigingen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is een internationaal gerechtshof, opgericht in 1959 met jurisdictie over cases uit de 47 landen die op dit moment deel uitmaken van de Raad van Europa. Het doet uitspraken betreffende de aanvragen van individuen of Staten aangaande schendingen van de burgerrechten en politieke rechten, zoals beschreven in de Europese Conventie over Mensenrechten, waaronder het recht op religieuze vrijheid, beschermd door Artikel 9, en het recht om vrij te zijn van religieuze discriminatie, beschermd door Artikel 14. Sinds 1998 heeft het zitting gehouden als een fulltime Hof en afzonderlijke personen kunnen zich daartoe wenden, zodra ze de rechtsmiddelen in hun Staat hebben uitgeput. Het Hof is gehuisvest in Straatsburg, Frankrijk, waar het het respect voor de mensenrechten controleert voor meer dan 800 miljoen Europeanen [55]

Een groeiend aantal gevallen in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben publicaties opgeleverd over religieuze vrijheid beschermd door de artikel 9 en 14 van de Europese Conventie waarin de plicht van neutraliteit van de kant van de Staat verplicht wordt gesteld. Deze cases verbieden de Staat ook het herinterpreteren, interpreteren, beoordelen of onderzoeken van religieuze overtuigingen of van het uiten van deze overtuigingen. [56]

Richtlijnen binnen de Europese Unie voor het Bevorderen en Beschermen van Vrijheid van Religie of Overtuiging

Op 24 juni 2013, heeft de Europese Raad van Ministers nieuwe Richtlijnen voor het Bevorderen en Beschermen van Vrijheid van Religie of Overtuiging in het optreden naar buiten toe en mensenrechtenbeleid uitgevaardigd. De richtlijnen zijn gebaseerd op de beginselen van religieuze vrijheid, gelijkheid en geen discriminatie en universaliteit. De richtlijnen bevestigen nogmaals dat elke Staat ervoor moet zorgen dat haar juridische systeem vrijheid van godsdienst garandeert en dat er “effectieve maatregelen” bestaan om schending te voorkomen of sanctie tegen op te leggen. De richtlijnen luiden dat de EU en haar lidstaten zich moeten richten op deze maatregelen:

  • Gewelddaden op grond van religie of overtuiging bestrijden;
  • Vrijheid van meningsuiting bevorderen;
  • Het bevorderen van respect voor diversiteit en tolerantie;
  • Directe en indirecte discriminatie bestrijden; met name door de invoering van niet-discriminerende wetgeving;
  • Ondersteunen van de vrijheid om van zijn religie of overtuiging te veranderen of die te verlaten;
  • Het ondersteunen van het recht om religie of overtuiging tot uiting te brengen;
  • Het ondersteunen en beschermen van verdedigers van mensenrechten waaronder mede het ondersteunen van individuele cases; en
  • Het ondersteunen en zich bezighouden met de samenleving, met inbegrip van religieuze verenigingen, niet-confessionele en filosofische organisaties.

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)

OVSE is een intergouvernementele instantie bestaande uit zevenenvijftig Staten uit Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika. OVSE is ’s werelds grootste regionale veiligheidsorganisatie. Het richt zich op een brede reeks kwesties, met inbegrip van religieuze vrijheid en mensenrechten.

Talloze mensenrechtenverplichtingen van de OVSE beschermen en bevorderen religieuze vrijheid, zoals uiteengezet in Principe VII van de Slotakte van Helsinki:

VII. Respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van gedachte, geweten, religie of overtuiging.

De deelnemende Staten zullen mensenrechten en fundamentele vrijheden respecteren, waaronder de vrijheid van gedachte, geweten, religie of overtuiging, voor iedereen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie.

Ze zullen de daadwerkelijke uitoefening van de burgerlijke, politieke, economische, sociale, culturele en andere rechten en vrijheden bevorderen en aanmoedigen die allemaal zijn afgeleid van de inherente waardigheid van de mens en die van essentieel belang zijn voor zijn vrije en volledige ontplooiing.

Binnen dit kader zullen de deelnemende Staten de vrijheid van het individu erkennen en respecteren om zijn religie of overtuiging te belijden en te beoefenen, alleen of samen met anderen, in overeenstemming met zijn eigen geweten.

Deze fundamentele verplichting is herhaaldelijk bevestigd. Beginnend met de bijeenkomst van Madrid in 1983, gaven de deelnemende Staten aan dat ze “positief staan tegenover toepassingen door religieuze gemeenschappen van gelovigen in het belijden of willen gaan belijden van hun geloof binnen het constitutionele kader van hun Staten, om die de status te verlenen die in hun respectievelijke landen voor religieuze instellingen en organisaties voorzien zijn.[57] Deze taal werd versterkt in het Weense Slotdocument (1989) waarin werd aangegeven dat deelnemende Staten niet alleen “positief staan tegenover toepassingen”, maar dat er “...op hun verzoek aan gemeenschappen van gelovigen, die hun geloof belijden of willen gaan belijden binnen het constitutionele kader van hun Staten, in erkenning van de status wordt voorzien in hun respectievelijke landen”.[58]

Kantoor voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR)

Het ODIHR van de OVSE is het mensenrechteninstituut van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). ODIHR’s werk op het gebied van vrijheid van religie richt zich op het helpen van de deelnemende Staten en religieuze gemeenschappen bij het beschermen en bevorderen van het recht op vrijheid van religie.

ODIHR houdt zich ook bezig met het voorkomen en reageren op intolerantie en discriminatie op religieuze gronden. ODIHR wordt bijgestaan in haar werk door een Adviesraad van Experts over Vrijheid van Religie of Overtuiging, die fungeert als een adviesorgaan dat de nadruk legt op kwesties van religieuze vrijheid en aanbevelingen doet om deelnemende Staten te helpen bij het nakomen van de verplichtingen van de OVSE met betrekking tot de vrijheid van religie. De Adviescommissie bekijkt ook voorgestelde wetgeving over religieuze zaken wanneer zij daarom wordt gevraagd door OVSE Staten om ervoor te zorgen dat de wetgeving voldoet aan standaards voor mensenrechten.

De Adviescommissie publiceerde het boek Richtlijnen voor Herziening van de Wetgeving met Betrekking tot Religie of Overtuiging (“Richtlijnen”). Deze Richtlijnen werden voorbereid om de raad te helpen een gedetailleerde uitleg te geven omtrent de maatstaven van religieuze vrijheid die worden gebruikt bij het inspecteren van wetten van Staten over religie en richtlijnen te geven aan Staten bij het opstellen van dergelijke wetgeving. De Richtlijnen werden verwelkomd door de OVSE Parlementaire Vergadering op de jaarlijkse zitting in juli 2004. De Adviescommissie bestaat uit deskundigen uit de hele OVSE regio.

[44] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/EN/UDHR/Pages/Introduction.aspx.

[45] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/en/professionalinterest/pages/ccpr.aspx.

[46] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/CESCR.aspx.

[47] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/Documents/Publications/FactSheet2Rev.1en.pdf.

[48] Zie bijvoorbeeld http://www.un.org/documents/ga/res/36/a36r055.htm.

[49] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/en/professionalinterest/pages/crc.aspx.

[50] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/en/professionalinterest/pages/crc.aspx.

[51] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/CCPR/Pages/CCPRIntro.aspx.

[52] Zie bijvoorbeeld http://www.ohchr.org/en/issues/freedomreligion/pages/freedomreligionindex.aspx.

[53] Zie bijvoorbeeld http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_ENG.pdf.

[54] Zie bijvoorbeeld http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_ENG.pdf.

[55] Zie bijvoorbeeld http://www.echr.coe.int/Pages/home.aspx?p=court&c=#n1354801701084_pointer.

[56] Metropolitaanse kerk van Bessarabia en Anderen v. Moldavië, 13 december 2001.

[57] Slotdocument van de vergadering van Madrid, punt 14, Vragen met Betrekking tot de Veiligheid in Europa.

[58] Weens Slotdocument, 1989, Vragen met Betrekking tot de Veiligheid in Europa: Principes, principe 16.3.

DOWNLOAD PDF